Als geopolitiek op je kassabon staat, is reiskostenvergoeding geen detail meer
Stijgende brandstofprijzen maken in één klap zichtbaar hoe kwetsbaar woon-werkverkeer kan zijn. Niet voor iedereen is de fiets een oplossing. Maar voor werknemers op haalbare afstand verdient die optie opnieuw serieuze aandacht.
In het kort
Wat in het nieuws begint als onrust in het Midden-Oosten, eindigt voor veel werkenden gewoon bij de pomp. En precies daar wordt zichtbaar hoe belangrijk een goede reiskostenvergoeding is. Niet als extraatje, maar als onderdeel van fatsoenlijk werkgeverschap.
De oorlog in en rond Iran lijkt voor veel mensen iets van ver weg. Tot je de auto volgooit. Dan merk je ineens dat internationale spanningen geen abstract nieuws zijn, maar gewoon een bedrag op je bonnetje. De ANWB meldde op 10 maart 2026 dat een liter Euro95 gemiddeld €2,453 kostte en diesel €2,519. Nog veelzeggender: via de ANWB Onderweg-app werd vier keer zo vaak gezocht naar goedkope tankstations. Dat is geen detail. Dat is een duidelijk signaal dat mensen hun mobiliteit alweer opnieuw aan het doorrekenen zijn.
Ondertussen probeert de overheid de ergste prijsdruk te dempen. De Rijksoverheid meldde op 11 maart 2026 dat Nederland samen met ruim dertig andere landen onder coördinatie van het Internationaal Energie Agentschap een deel van de strategische olievoorraad op de markt brengt. Wereldwijd gaat het om 400 miljoen vaten. Nederland stelt daarvan ongeveer 5,36 miljoen vaten beschikbaar, grofweg 20 procent van de nationale strategische voorraad. Dat moet rust brengen op de oliemarkt en verdere prijsstijgingen afremmen. Maar ook als zo’n maatregel verlichting geeft, blijft de onderliggende vraag overeind: hoe goed zijn werknemers eigenlijk beschermd als mobiliteit plotseling duurder wordt?
Reiskostenvergoeding
Daarmee komt een oud onderwerp ineens weer hard terug op tafel: reiskostenvergoeding. Want woon-werkverkeer is voor werkgevers misschien een regeling op papier, maar voor werknemers is het gewoon geld dat elke week opnieuw uit de portemonnee verdwijnt. Tegelijk bestaat er in Nederland nog altijd geen algemene wettelijke plicht voor werkgevers om een reiskostenvergoeding te betalen. Of er een vergoeding is, hangt meestal af van cao-afspraken of de arbeidsovereenkomst. Fiscaal mag een werkgever sinds 1 januari 2024 maximaal €0,23 per kilometer onbelast vergoeden. Dat geldt ook voor wie met de fiets reist.
Wie denkt dat dit in de praktijk wel ongeveer geregeld zal zijn, moet vooral even kijken naar de verschillen tussen onderzoeken. CNV meldde in 2025 dat 1 op de 5 werkenden die met de auto naar het werk gaan geen reiskostenvergoeding ontvangt. Nog eens 28 procent krijgt minder dan €0,23 per kilometer. Dat onderzoek ging over ruim 1.500 werkenden die met de auto naar hun werk komen. De Stichting van de Arbeid verwijst daarnaast naar een werkgeversmeting van AWVN waaruit blijkt dat 92 procent van de deelnemende werkgevers een vergoeding voor woon-werkverkeer geeft. Beide cijfers kunnen tegelijk waar zijn, maar ze meten niet hetzelfde. En precies daar gaat het vaak mis in het publieke debat: werknemers ervaren de regeling anders dan werkgevers haar registreren.
Dat maakt dit onderwerp groter dan een discussie over een paar cent per kilometer. De Stichting van de Arbeid schrijft in haar advies van 26 maart 2025 dat werknemers met lagere inkomens vaker geen vergoeding ontvangen en dat het ontbreken van een reiskostenvergoeding voor die groep financieel serieuze gevolgen kan hebben. Het uitgangspunt van de Stichting is helder: reiskosten voor werk zijn onkosten waarvoor de vergoeding goed geregeld moet zijn, ongeacht het inkomen.
Kwetsbare inkomens
De kwetsbaarheid wordt nog scherper zichtbaar in de cijfers waar de Stichting van de Arbeid naar verwijst. Op basis van TNO-onderzoek gaat het om 113.000 tot 227.000 huishoudens met een laag inkomen en hoge brandstofkosten. Een deel daarvan is extra kwetsbaar omdat er weinig financieel vermogen is en het openbaar vervoer geen goed alternatief biedt. Deze huishoudens zijn gemiddeld 10 tot 12 procent van hun inkomen kwijt aan brandstof. Dan hebben we het dus niet meer over een irritante kostenpost, maar over een structurele aanslag op de bestaanszekerheid van mensen die vaak juist weinig speelruimte hebben.
En juist daarom moet je in dit debat oppassen voor makkelijke slogans. Niet iedereen kan “gewoon wat vaker de fiets pakken”. Voor veel mensen is de auto geen luxe. Het is de enige manier om op tijd op het werk te komen, zeker bij ploegendiensten, zorg, onderwijs, werk op meerdere locaties of een woonplek buiten de stad. De ANWB zegt daar iets wezenlijks over: voor veel Nederlanders is de auto simpelweg nodig om naar werk te gaan of familie te bezoeken. Dat moet je serieus nemen, anders schrijf je geen eerlijk verhaal.
Alternatief
Maar het omgekeerde is ook waar. Het is te makkelijk om te doen alsof er helemaal geen alternatief is. CBS laat zien dat in 2023 ruim 27 procent van de verplaatsingen van en naar het werk per fiets werd gemaakt. De gemiddelde woon-werkafstand op de fiets was 4,8 kilometer. Dat zijn geen marginale cijfers. Dat betekent dat er een grote groep werknemers is voor wie de fiets of e-bike geen idealistisch verhaal is, maar gewoon een haalbare manier van reizen. Juist op momenten dat brandstofprijzen opschieten, komt die praktische rekensom opnieuw in beeld.
De fiets is daarmee niet dé oplossing, maar wel een serieuze optie voor wie de afstand en de route het toelaten. En ook daar ligt een taak voor werkgevers. De overheid wijst erop dat werkgevers fietsers, net als autoforensen, een belastingvrije kilometervergoeding tot €0,23 per kilometer kunnen geven. Daarnaast blijft de fiets van de zaak fiscaal aantrekkelijk. Voor werknemers die binnen redelijke afstand van hun werk wonen, kan dat net het verschil maken tussen blijven doorrijden op gewoonte of opnieuw kijken naar wat eigenlijk slimmer, betaalbaarder en gezonder is.
Daar zit voor mij de echte les van dit moment. Niet dat iedereen moet overstappen op de fiets. Niet dat de auto eruit moet. Wel dat stijgende brandstofprijzen opnieuw blootleggen hoe kwetsbaar eenzijdig mobiliteitsbeleid is. Een werkgever die alleen naar autokilometers kijkt, mist de bredere vraag: hoe houden we werk bereikbaar, betaalbaar en gezond? Dan gaat het over een fatsoenlijke kilometervergoeding, een goede ov-regeling, thuiswerkafspraken waar dat kan en fietsbeleid voor de mensen voor wie de afstand dat toelaat. De Stichting van de Arbeid noemt daarbij ook concrete opties zoals een cafetariaregeling, meer bekendheid voor ov-kaarten en het onderzoeken van een renteloze lening voor de aanschaf van een fiets.
Nuchtere conclusie?
Misschien is dat wel de nuchterste conclusie. De oorlog in en rond Iran maakt niet dat iedereen ineens moet gaan fietsen. Maar hij maakt wel zichtbaar hoe snel woon-werkverkeer van routine in risico verandert. En dan is reiskostenvergoeding geen detail meer. Dan gaat het over bestaanszekerheid, goed werkgeverschap en de vraag of je als organisatie alleen reageert op hogere kosten, of ook vooruitkijkt naar slimmer mobiliteitsbeleid.
Bronnen
De stijgende brandstofprijzen maken opnieuw zichtbaar hoe kwetsbaar woon-werkverkeer kan zijn voor internationale onrust. Tegelijk blijft de vraag actueel in hoeverre werkgevers hun medewerkers voldoende compenseren voor die oplopende kosten.
Rijksoverheid, Strategische olievoorraden ingezet om prijzen te dempen, 11 maart 2026, geraadpleegd via: rijksoverheid.nl
ANWB, Automobilisten massaal op zoek naar goedkoopste tankstation, 10 maart 2026, via: anwb.nl
Rijksoverheid, Wat is de maximale reiskostenvergoeding die ik van mijn werkgever kan ontvangen?, via: rijksoverheid.nl
CNV, CNV-onderzoek: 1 op 5 werkenden ontvangt geen reiskostenvergoeding, 26 mei 2025, via: cnv.nl
Stichting van de Arbeid, Aanbevelingen Stichting van de Arbeid over reiskostenvergoeding, 26 maart 2025, via: stvda.nl
CBS, Hoeveel reisden inwoners van Nederland van en naar het werk?, via: cbs.nl
AWVN, Ledenonderzoek 2024: vergoedingen woon-werkverkeer en thuiswerken, via: awvn.nl
NOS, Hoge olie- en gasprijzen: wat kan de overheid doen (en wat kan je zelf doen)?, via: nos.nl



